An Van den Abbeele

In mijn werk fungeert lichamelijkheid als centraal thema. Het is voor mij een hulpmiddel om te zoeken naar een eigen visuele taal. Het lichaam ondergaat een spectrum aan emoties, gedachten en herinneringen, in een poging haar essentie te vangen. Het lichaam zelf vormt meestal geen onderdeel van het kunstwerk maar er wordt enkel naar verwezen, als metafoor. 

Met een eigen, persoonlijke taal probeer ik beelden van het lichaam te gebruiken voor het oproepen van een bepaalde sfeer; vragen over de grenzen van het lichaam, confrontatie, kwetsbaarheid, identiteit, verleden en zelfdefinitie. Het medium keramiek wordt hierdoor in de abstract, organische vorm losgetrokken aan zijn alledaagsheid en de sculpturen en installaties zijn het uitgepuurde en verstilde resultaat van dit proces. Deze grens vormt ook de basis van de wisselwerking met Carlo. 

Deze werkperiode vereist volgens mij meer dan alleen maar het opdoen van een eerste indruk. Het vraagt een geduldig engagement, een ontvankelijke geest en een compromisloze bereidheid om mijn eigengemaakte, gewoontegetrouwe denkpistes los te laten en deze te overbruggen. Een belangrijk aspect daarbij is er ruimte maken om de oosterse cultuur in al zijn facetten te absorberen, dit te laten bezinken en uit te werken in een artistieke en individuele expressie. 

Concreet wil ik in de PWS onderzoek doen naar ongekende materialen en technieken. Deze nieuwe ervaringen met porselein en andere materie in mij opnemen en intuïtief integreren in mijn beeldend werk. Ik wil mij verder ontplooien via de uitzonderlijke technische kennis van de ateliers in Jingdezhen zonder mij op een enge manier hierop te focussen. Het is een uitdaging om porselein weten om te vormen tot drager van mijn ideeën.

In my work the body is a central theme. It’s a great help for me to look for a personal visual language. The body’s being put through a spectrum of emotions, thoughts and memories in an attempt to catch the essence. The body itself is not usually a part of the piece of art itself but is used uniquely as a reference, a metaphor. 

With a personal language of my own, I try to use images of the body that create a certain atmosphere; questions about the limits of the body, confrontation, vulnerability, identity, past, present and self-definition. The ceramic medium is being pulled away from its commonness and the sculptures and installations are the pure and mute result of this process. This limit also forms the base of the interaction with Carlo.    

This working-period demands more than only a first impression. It will ask a patient engagement, a receptive mind and a willingness without compromise to let go of my own, accostumed ritual way of thinking and to pass them by. An important aspect in this respect is the creating of space to absorb eastern culture in all its elements, to let it settle down and to process it into an artistic and individual expression.

Concretely what I want to do in PWS is to investigate unknown materials and techniques, to absorb these new experiences through the use of porcelain and other materials and to integrate it into in my visual work. I want to develop my knowledge and skills through the exceptional technical knowledge of the Jingdezhen workshops without focusing on it in a narrow way. It is a challenge to be able to see transform porcelain into a carrier of my ideas.